Asbest (NEN5707)
Een verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd als er asbestverdachte materialen worden aangetroffen op het maaiveld of aan de eventueel aanwezige bebouwing. Ook het aantreffen van puin in de bodem kan de locatie al verdacht maken op het voorkomen van asbest. De regelgeving hierover is de laatste tijd aangescherpt. Om na te gaan of daadwerkelijk asbest in de bodem aanwezig is een goed onderzoek noodzakelijk. Na een visuele inspectie van het maaiveld worden er proefgaten gegraven en daar worden grondmonsters van genomen. Van de visueel zichtbare asbest verdachte materialen wordt een monster genomen. Met dit onderzoek wordt er nagegaan of er een verontreiniging met asbest in de bodem aanwezig is. Het verkennend asbest in bodemonderzoek word vaak gecombineerd met een verkennend bodemonderzoek.
GRONDWATER MONITORING
Periodieke monsterneming van grondwater en/of afvalwater stelt hoge eisen aan de kwaliteit en consistentie van het onderzoek gedurende de monitoringsperiode. Voor de plaatsing van peilbuizen, de monstername van het grondwater of afvalwater vanwege (milieukundige) doeleinden kan u bij ons terecht. Hierbij worden de juiste gegevens op tijd aangeleverd en wordt er contact met de opdrachtgever onderhouden.
ONDERZOEK VOLGENS REGIONAAL GELDENDE PROTOCOLLEN
Enkele Omgevingsdiensten hanteren binnen hun bodembeheersgebied eigen regionale onderzoeksprotocollen. Een voorbeeld daarvan is de Gemeente Amsterdam met de AVRO (Amsterdamse Richtlijn voor Verkennend Onderzoek). Vooraf aan elk onderzoek wordt nagegaan of er in een regoi of bij een Omgevingsdienst een eigen onderzoeksbeleid aanwezig is.
NUL-/EINDSITUATIE BODEMONDERZOEK (NEN5740)
Mocht u tijdelijk een locatie in gebruik nemen of kan er geeisd worden dat een locatie vóór in gebruikname onderzocht wordt, een zogenaamde ‘NUL’- (bodem)onderzoek. wanneer u de locatie na gebruik weer opleverd dient er een ‘EIND’-(bodem)onderzoek plaats te vinden. Op deze wijze kan u aantonen of er op de locatie ook een milieuhygienische belasing op de grond is geweest. Tevens worden ‘NUL’- en ‘EIND’-situatie bodemonderzoekenen ook gehanteerd bij het aanvragen van een vergunning, zoals voor het activiteitenbesluit.
NADER BODEMONDERZOEK (NTA5755)
Wanneer er bekend is dat op een locatie (rest)verontreinigingen aanwezig zijn, of blijken uit het verkennende bodemonderzoek dat er mogelijke verontreinigingen aanwezig zijn, dient de omvang van een verontreiniging in kaart gebracht te worden. Doormiddel van grondboringen rondom de (mogelijke) verntreinigingen te zetten kan de omvang van de verontreiniging in kaart gebracht worden. Uiteindelijk wanneer de omvang van de verontreiniging in kaart is gebracht, kan ook de ernst tot het (mogelijk) saneren worden bepaald.






